
Een borrelplank met kaas, worst en olijven is vaak een groot succes, maar na een paar keer borrelen begint die combinatie een beetje voorspelbaar te worden. Wil je jouw plank een kleine upgrade geven, dan zit het antwoord niet in nóg meer kaas, maar in kleur, zuur en een beetje verrassing. Zelfgemaakte ingemaakte groenten geven je borrelplank precies dat: ze zijn goedkoop, makkelijk te maken en houden weken in de koelkast. Hieronder vind je vijf potjes die je zonder ervaring in een middag klaarmaakt en die stuk voor stuk net dat beetje extra brengen op tafel.
De onmisbare zilveruitjes
Zilveruitjes zijn misschien wel de bekendste inmaakgroente op de borrelplank en dat is niet voor niets. De scherpe, licht zoete smaak snijdt precies goed door romige kazen en vette vleeswaren heen. Kook de uitjes kort, giet er een mengsel van azijn, suiker en een paar kruidnagels overheen en laat ze minimaal een week rusten voordat je ze openmaakt. Hoe langer ze staan, hoe ronder de smaak wordt. Op een borrelplank met bijvoorbeeld een oude kaas of een pittige blauwschimmelkaas doen zilveruitjes precies wat ze moeten doen: de vetheid breken. Zet ze in een klein schaaltje neer, zodat gasten er makkelijk een prikkertje in kunnen zetten zonder alles onder de azijn te knoeien.
Zelfgemaakte augurken smaken altijd beter
Zelfgemaakte augurken zijn verrassend simpel en smaken altijd beter dan wat je in een potje uit de winkel koopt. Kies kleine, stevige augurkjes, was ze goed en leg ze in een schone pot. Breng azijn, water, zout en dille aan de kook, giet dit over de augurken en sluit de pot direct af. Na een paar dagen zijn ze al goed te eten, maar na twee weken pas echt op hun best. Snijd ze in plakjes of serveer ze heel naast een schaaltje mosterd. Ze passen bij vrijwel elk hapje op de plank. Wil je net dat beetje extra variatie, dan kun je ook een deel van de augurken kruiden met knoflook of een chilipeper, zodat je twee smaken naast elkaar op de plank hebt liggen.

Een zoete bite dankzij maïs
Waar de meeste inmaakgroenten zuur en scherp zijn, brengt maïs juist een zoete, frisse smaak op de plank. De gele korrels zorgen ook meteen voor een vrolijke kleurexplosie tussen alle bruine en groene tinten. Het mooie is dat maïs zelf inmaken net zo makkelijk is als augurken of zilveruitjes: kook de kolven gaar, haal de korrels eraf en giet er een warm mengsel van azijn, suiker en zout overheen. Al na een paar dagen kun je de eerste lepel uit de pot scheppen. Gecombineerd met een blokje kaas of een plakje worst is dit precies het soort onverwachte hapje waar gasten om vragen. Heb je kinderen aan tafel, dan is dit vrijwel altijd de eerste pot die leeg raakt.
Bloemkoolroosjes zorgen voor het knapperige contrast
Bloemkoolroosjes zijn misschien de minst bekende optie op deze lijst, maar wel eentje die indruk maakt. Breek de bloemkool in kleine roosjes en blancheer ze heel kort, zodat ze knapperig blijven. Giet er een pekel van azijn, water, zout en een beetje kurkuma overheen voor een mooie gele kleur en een kruidige twist. Na ongeveer een week zijn ze klaar. Op de plank leg je ze het beste naast iets romigs, zoals een dip of zachte kaas, zodat het knapperige contrast goed naar voren komt. Je kunt de pekel ook uitbreiden met een paar peperkorrels of een laurierblaadje, voor wie het net iets kruidiger wil.

Razendsnel klaar: ingemaakte radijsjes
Van alle vijf de potjes zijn ingemaakte radijsjes het snelst klaar. Snijd de radijsjes dun, leg ze in een pot en giet er een simpele pekel van azijn, water, suiker en zout overheen. Binnen een paar uur zijn ze al eetbaar, al worden ze na een dag of twee nog iets zachter van smaak. De felroze kleur maakt ze meteen een blikvanger op de plank, en de frisse bite werkt goed tussen zwaardere hapjes door. Serveer ze samen met een klein hapje zoals de truffel tompouce of blini's en je hebt in een paar minuten een lekker contrast op tafel staan. Omdat ze zo snel klaar zijn, zijn radijsjes ook de perfecte keuze als je pas de dag zelf besluit dat je plank een extra potje kan gebruiken.
Zo bouw je jouw eigen inmaak-borrelplank op
Met deze vijf potjes hoef je niet alles tegelijk te maken. Begin met een of twee soorten die je aanspreken en bouw je collectie langzaam uit. Zet de potjes in kleine schaaltjes tussen de kaas en vleeswaren, zodat de kleuren goed uitkomen tussen de andere hapjes. Denk ook aan de volgorde op de plank: wissel zoete en zure smaken af, zodat elke hap weer anders aanvoelt. Het leuke aan zelf inmaken is dat je de smaken helemaal naar eigen inzicht kunt aanpassen: iets meer suiker, een andere kruidnagel, of een extra scheutje azijn. Zo staat er nooit twee keer precies dezelfde borrelplank op tafel, en dat is precies wat een goede borrel nodig heeft.
Klik op een groente voor een extra tip.



